Verloedering van de Seksualiteit
Bewerkte tekst van
het TV programma van 23 juni 1988 met: Jan vis en Bob de Graaff
commentaar en actuele verklaring van John van de Rest: zie
onderaan dit artikel
Waar is de vanzelfsprekende openheid met betrekking tot de seksualiteit gebleven?
Er wordt tussen mensen onderling, maar ook op de televisie en de radio tamelijk
openlijk over de seksualiteit gesproken, maar is er werkelijk sprake van een
probleemloze openheid?
Van Vrijdenkers kun je verwachten, dat zij over allerlei zaken onbevangen nadenken,
maar zelfs in onze kringen komt de seksualiteit vrijwel nooit aan bod; vooral
bij de ouderen rust er nog altijd een taboe op dit onderwerp, want het is zo
moeilijk en stel je voor dat je je "blootgeeft"... Wij hebben ons
wel met de seksuele hervorming bezig gehouden: één van de vroegste
en meest bekende vrijdenkers, Multatuli, wees er in de vorige eeuw al op, dat
men kinderen volledig moest voorlichten, omdat, zoals hij zei, het verzwijgen
van iets de jongen en het meisje des te meer naar de waarheid doen gissen. Uit
nieuwsgierigheid gaan ze dingen naspeuren, die ze van weinig of geen belang
zouden vinden, als ze openlijk waren medegedeeld. De Vrijdenkers hebben de eerste
aanzetten tot de seksuele hervorming van harte gesteund en nog vandaag de dag
behoren zij tot dat deel van de bevolking, dat niet terugschrikt voor openheid
en dat ervoor durft uit te komen, dat de erotiek iets normaals is, dat niet
mag worden weggestopt.
Zo openlijk echter als men in de Klassieke Oudheid de liefde bedreef en die
ook als bij het leven en bij het vertier behorend afbeeldde op gewone gebruiksvoorwerpen
is het nooit meer geworden, uiteraard door de invloed van de kerken en de machtige
burgermoraal, die beslisten, dat de seksualiteit slechts thuis hoorde binnen
Het Gelukkige Gezin en zeker niet geschikt was om voor te komen op allerlei
afbeeldingen. Die werden als verwerpelijk en verderfelijk afgedaan.....
In het oude Griekenland was het afbeelden van seksuele handelingen, die veelal
om godsdienstige redenen werden verricht, een normale zaak, waarin men geen
onheil zag. Zelfs op gewone gebruiksvoorwerpen, zoals schalen, vazen, spiegels
en olielampen kwamen erotische voorstellingen veelvuldig voor. De erotiek werd
niet afgebeeld met het oogmerk het verbodene ervan te benadrukken, maar om het
lieflijke naar voren te laten komen. De voorstellingen zijn nergens pervers,
om maar eens een modewoord te gebruiken en zij hebben niets met pornografie
te maken, integendeel, zij getuigen van een natuurlijkheid, die wij nauwelijks
meer kennen. Ook homo-erotiek behoorde bij het dagelijkse leven en werd als
vanzelfsprekend beschouwd. Een man, die niet bij zijn echtgenote kon vertoeven,
kocht zich een knaap, die hem tijdelijk beminde. Verhalen over de tempelprostitutie
zijn ons welbekend. Toch kleefden hieraan enkele nadelen. Een man, bijvoorbeeld,
die in zijn jeugd de ontvankelijke rol had gespeeld, kon later geen politieke
carrière opbouwen, omdat hij zich had laten gebruiken. Dit in tegenstelling
tot de man, die zich mannelijk had gedragen: hem stond niets in de weg. De knapenliefde
van toen had een andere culturele betekenis dan die wij er nu aan zouden geven;
zij stond sterk in het teken van de schoonheidsbeleving. Die schoonheidsbeleving
had vroeger vooral een religieus aspect. De seksualiteit werd beschouwd als
een mogelijkheid om één te worden met het goddelijke. De tegenstelling
tussen mannelijk en vrouwelijk werd in die seksualiteit opgeheven en dat opende
de weg naar de goddelijke werkelijkheid. Dat is zichtbaar bijvoorbeeld,aan de
voorstellingen waarmee men vroeger in India bepaalde tempels versierde. Bij
die voorstellingen ging het meer om de verheven sfeer dan om de uitbeelding
van een seksuele handeling. Toch liet men die handelingen wel zien. Vaak zijn
het heel ingewikkelde situaties, die tonen hoe het mannelijke en het vrouwelijke
zich verenigen. Zij zijn niet gemaakt, zoals wij zouden opvatten, om een amusant
liefdesspel te verbeelden, een prikkelende voorstelling van groepsseks, maar
veeleer om het allesomvattende van de religieuze beleving uit te drukken. Dat
is duidelijk te zien aan de tedere gebaren en de devote uitdrukking op de gezichten
van de geliefden. Ook de Indiase miniatuurkunst is dezelfde verheven sfeer te
herkennen.
Toen in Europa de seksualiteit al volop in de verdrukking raakte, stond in de
hindoeïstische en boeddhistische cultuur de eenwording van man en vrouw
nog in het licht van een lieflijk en zachtmoedig humanisme. De overgang naar
de verloedering van de seksualiteit is in de Romeinse cultuur al enigszins aan
te wijzen. De kunst van het westerse Rome lijkt, in tegenstelling tot de oosterse
cultuur reeds over te hellen naar het erotische omwille van de erotiek. Vondsten
uit Pompeï laten dat duidelijk zien. Bij opgravingen van de behuizingen
der rijke burgers kwamen voorwerpen te voorschijn, die nog geheel in het licht
stonden van de oude, Griekse opvattingen, olielampjes, schalen voor huiselijk
gebruik, beeldengroepen en een grote hoeveelheid fallussymbolen. De fallus werd
gezien als een geluksbrenger en beschermde de bewoners van het huis.
Bovendien was hij een symbool voor de levenwekkende kracht en moet als zodanig
niet als obsceen worden beschouwd.
Anders wordt het als wij de hoerenbuurt van Pompeï binnengaan. Alles wijst
erop, dat er een devaluatie van de seksualiteit begonnen is. Het lieflijke karakter
verdwijnt, evenals de nadruk op de schoonheid en daarvoor in de plaats komen
op wellust gerichte, pornografische voorstellingen. Klaarblijkelijk niet zonder
succes, want in de bordelen van de mondaine stad Pompeï heeft het nimmer
aan klandizie ontbroken. De bezoekers werden in de juiste stemming gebracht
met behulp van fresco's, die uitsluitend geschilderd waren om de hoofden op
hol te brengen. In één van de tuinen is een fontein gevonden in
de vorm van een naakte man met een overdreven groot geslacht, waaruit een constante
waterstroom gutste. En dan te bedenken, dat wij ons vroeger in Brussel hebben
drukgemaakt om Manneken Pis....
Er is een wasbekken opgegraven, dat geschraagd wordt door drie jongelingen,
wier erecties er niet om liegen en drinkbekers met een beweeglijk opgehangen
lid, waarvan de eikel speels tegen de lippen tikte wanneer men zijn dorst leste.
Allemaal voorwerpen, die erop gericht waren de hoerenlopers op te winden. Op
zichzelf wijst dit alles nog niet op een verloedering van de seksualiteit, maar
als je het plaatst in de context van bordelen, Romeinse decadentie en geldverdienen
wordt het toch duidelijk, dat er een verschuiving optrad van de onbevangen openheid
van het vanzelfsprekende naar de geheimzinnigheid van het verbodene. Die ontwikkeling
zette zich in Europa steeds meer door totdat het erotische tenslotte, vooral
in de 18e en 19e eeuw geheel uit het daglicht verdwenen is.
Erotische voorstellingen krijgen onvermijdelijk het karakter van pornografie
en de seksualiteit wordt een bevrediging van puur lichamelijke behoeften, die
in het geniep moet plaatsvinden. Bij pornografische foto's ontbreekt de serene
sfeer van de vroegere erotiek volkomen. Zij suggereren vrij te zijn van de kleingeestige
moraal, maar zijn onmiskenbaar zelf een morbide product van die kleingeestige
moraal.
Als vrijdenkend betekent een open levenshouding ten aanzien van alle aspecten
van het leven, dan geldt dit zeker als het over de seksualiteit gaat. Steeds
meer blijkt dat het daarmee in onze maatschappij treurig gesteld is.Wat er bijvoorbeeld
op het ogenblik weer boven water komt nu men meer oog krijgt voor het probleem
van de gedwongen incest binnen het gezin grenst aan het ongelooflijke. De enige
oplossing voor al dit soort problemen is gelegen in een onbevooroordeeld, vrij
en zelfstandig denken over de seksualiteit. Het gevolg van dat denken is een
handelen zonder frustraties en dus ook zonder griezeligheden.
Bovenstaande tekst is geschreven: door Jan Vis, filosoof.
Bovenstaand stuk is blijkbaar geschreven
in een tijd dat we nog niet hadden gehoord van “Sex voor de Büch” of andere
ranzige sexprogramma’s op TV anno eind jaren ’90. De tijd gaat en iedereen is
inmiddels gewend geraakt aan extremiteiten op TV.
Niet dat iedereen daar blij mee is, de tendens is nu weer naar een meer erotischer
richting, maar de grenzen zijn verlegd. Bloot op TV, bloot in de reclame, vrijuit
praten over sex en alles wat daarmee te maken heeft. Het mag tegenwoordig. Wie
niet wil kijken – uit principe, geloofsovertuiging of simpelweg uit desintresse
– zet de knop om of kijkt ergens anders naar.
Betekent deze verschuiving van opvatting nu dat de frustraties verdwenen zijn?
Alles kan en mag nu en je hoeft je niet meer te schamen voor je ruime sexuele
opvattingen.
Nee, de frustraties blijven nog.
Behoefte aan sex, porno en andere lustopwekkende vertoningen is nog nooit zo
hoog geweest.
Waarom?
Misschien de angst voor aids?
Nee, wie het wil doen doet het gewoon en bekommert zich niet of nauwelijks om
de gezondheid.
De behoefte aan passieve sex blijft omdat nog niet iedere mensengeest zo ruimdenkend
is als filosoof Jan Vis heeft geschreven. Sex – in alle mogelijke vormen – is
nog steeds taboe. Je denkt erover, je praat erover, je geeft gewoon toe dat
je het mooi vindt om naar te kijken maar in het eigen bed, met de eigen partner
is alles plotseling anders. Dan mogen we elkaars gevoelens niet kwetsen en blijven
we meestal stil en eenzaam in onze verlangens.
Nog steeds – anno NU – wordt er in het “echtelijk bed” niet vrijuit gepraat
over wat we lekker vinden.
We spelen de gelukkige bedgenoot, vinden alles goed en lekker wat de partner
doet en laten het maar zo.
Bang om het fout te doen en hiermee de relatie te breken.
Terwijl het praten over wat je lekker vindt eigenlijk net zo gewoon is als praten
over het eten en drinken.
Ook hierin heeft iedereen een andere smaak. Een beetje meer van dit of dat… Ook in de sex is dit heel gewoon.
Pas zodra deze taboes zijn doorbroken wordt het mooi in de mensengeest.
Geen behoeften meer aan extremiteiten; je bent gewoon bevredigd in elk opzicht.
Pas dan zal de behoefte aan passieve sex verminderen en uiteindelijk verdwijnen.
Hoewel… zieke geesten heb je altijd gehad en zal je altijd houden. Maar dit
zal dan een aparte groep blijven en niet op elke straathoek zichtbaar zijn.
We hebben nog een heel lange weg te gaan!